Aanwijzing certificerende instellingen

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en daarmee ook het certificeringsstelsel voor archeologische opgravingsbedrijven. De minister van OCW kan certificerende instellingen (CI’s) aanwijzen, die vervolgens certificaten afgeven aan genoemde opgravingsbedrijven en op de nalevering daarvan toetsen.

Op deze pagina vindt u alle informatie omtrent de aanwijzing van certificerende instellingen, zoals de (planning omtrent de) aanwijzingsprocedure, toetsingscriteria en indieningsvereisten.

Toetsingscriteria             

In artikel 3.2 eerste lid van de AMvB (Besluit Erfgoedwet archeologie) zijn de eisen opgenomen waaraan een CI dient te voldoen. Een aanvraag tot aanwijzing als CI wordt derhalve getoetst aan de volgende criteria:

  1. Heeft de aanvrager rechtspersoonlijkheid?
  2. Is de aanvrager onafhankelijk van de door haar beoordeelde organisaties, processen, diensten of producten?
  3. Beschikt de aanvrager over voldoende kennis, deskundigheid en toerusting om de uitvoering van de taken naar behoren te vervullen?
  4. Beschikt de aanvrager over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd?
  5. Is de aanvrager verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid voor risico’s die voortvloeien uit de uitoefening van haar taken?
  6. Beschikt de aanvrager over een adequate klachtenregeling?
  7. Is de aanvrager in staat te beslissen op bezwaar?
  8. Is de aanvrager in staat te voldoen aan de rapportage- en informatieverplichtingen op grond van het Besluit Erfgoedwet archeologie?

In aanvulling op het bovenstaande zal in het besluit tot aanwijzing worden opgenomen dat de certificerende instelling:

  • voor 1 januari 2017 een ontvankelijkheidsverklaring heeft aangevraagd bij de Raad voor Accreditatie (RvA). De ontvankelijkheidsverklaring richt zich via bureauonderzoek met name op de norm voor procescertificering (17.065). De verleende certificaten worden hierbij buiten beschouwing gelaten aangezien de BRL op dat moment nog niet door de RvA is goedgekeurd.
  • op 1 juli 2018 is geaccrediteerd door de RvA. Nota Bene: de RvA heeft maximaal 1 jaar om over de aanvraag tot accreditatie te beslissen en de CI dient hiertoe in ieder geval te voldoen aan de eisen en verplichtingen als opgenomen in de in de archeologische beroepsgroep geldende beoordelingsrichtlijn.

Let op: de eerste aanvullende voorwaarde wijkt af van de voorwaarden als eind april 2016 gepubliceerd op deze website, en tevens opgenomen in een brief aan de geïnteresseerde bedrijven van de heer Laverman, hoofd afdeling Wettelijke Taken RCE, dd. 29 april 2016. Het destijds gepubliceerde tijdpad omtrent de vereiste ontvankelijkheidverklaring is in juni 2016 nogmaals besproken door de RCE/OCW, RvA en SIKB. Uitkomst van dit gesprek is dat de eis om een ontvankelijkheidverklaring per 1 januari 2017 te bezitten, is vervallen. Wel moet deze uiterlijk 1 januari 2017 zijn aangevraagd. Indien de verklaring niet voor 1 juli 2017 is afgegeven, moet de minister van OCW hierover worden geïnformeerd. Het aangepaste tijdpad is concreet als volgt:

  • 1 juli 2016: inwerkingtreding Erfgoedwet; CI’s kunnen door de minister van OCW worden aangewezen;
  • 1 januari 2017: aangewezen CI’s hebben een ontvankelijkheidsverklaring aangevraagd bij de RvA;
  • 1 januari 2018: BRL is goedgekeurd door RvA;
  • 1 juli 2018: aangewezen CI’s zijn geaccrediteerd door de RvA.

De eerder gepubliceerde toetsingscriteria, indieningsvereisten en planning omtrent de aanwijzingsprocedure zijn ongewijzigd gebleven.

Indieningsvereisten

Gelet op de toetsingscriteria dient een aanvraag (vergezeld van het aanvraagformulier) de onderstaande gegevens/ bescheiden te bevatten om deze afdoende te kunnen beoordelen:

  1. een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;
    • een beschrijving van de wijze waarop de onafhankelijkheid wordt geborgd, welke garanties hiertoe worden gegeven en welke controlemechanismen er worden gehanteerd. Hierin moeten tenminste de gerelateerde organisaties en de aard van de relatie en activiteiten zijn opgenomen, alsmede de wijze van uitbesteding van werkzaamheden die gerelateerd zijn aan de te accrediteren activiteiten. Ook kan hierbij gedacht worden aan de oprichtingsakte en statuten;
    • een organisatieplan (organisatieschema en beschrijving organisatiestructuur) met daarin tenminste de namen, functies en deskundigheid van de sleutelfiguren in het onderhavige uitvoeringsproces;
    • een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen (VOG RP) waarmee de integriteit wordt aangetoond.
  2. documentatie met betrekking tot het kwaliteitsmanagementsysteem, bestaande uit het kwaliteitshandboek en de procedures waarmee invulling wordt gegeven aan de accreditatievereisten;
  3. een beschrijving van de administratie, registratiemethoden en de beveiliging hiervan, indien deze niet is opgenomen in het kwaliteitsmanagementsysteem;
  4. het polisblad van de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering;
  5. de klachtenregeling;
  6. een procesbeschrijving van de bezwaarprocedure, en een beschrijving van de voorhanden zijnde relevante kennis en faciliteiten; en
  7. een beschrijving van de wijze waarop de plicht tot informatieverstrekking op grond van artikel 3.7 van het Besluit Erfgoedwet archeologie nageleefd zal worden.

Planning

De planning omtrent de aanwijzingsprocedure is als volgt:

In de eerste week van mei 2016 zijn de aanvraagprocedure, de toetsingscriteria, de indieningsvereisten en het aanvraagformulier gepubliceerd op www.archeologieinnederland.nl. Vanaf dat moment is het mogelijk een aanvraag tot aanwijzing als CI in te dienen.

Pas 1 juli 2016 (na inwerkingtreding van de Erfgoedwet) kan de minister CI’s aanwijzen. De CI’s die voor die tijd een aanvraag hebben ingediend en waarvan is vastgesteld dat zij aan de indieningsvereisten en toetsingscriteria voldoen, hebben in de eerste week van juli het besluit tot aanwijzing ontvangen.

Na 1 juli 2016 zullen periodiek nieuwe beoordelingsrondes plaatsvinden, afhankelijk van de binnenkomst van nieuwe aanvragen.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact op te nemen met mw. V. Schoonbrood, secretaris beoordelingscommissie certificerende instellingen, via 033-4217330 of v.schoonbrood@cultureelerfgoed.nl.