Archeologie in het bestemmingsplan

In het bestemmingsplan worden de functie en de bouwmogelijkheden van de grond aangewezen. Archeologie is hierbij een van de afwegingen.

Onderzoek en keuzes maken

Het bestemmingsplan is bindend en prevaleert boven gemeentelijke verordeningen en regelingen. Gemeenten zijn verplicht om in het bestemmingsplan rekening te houden met archeologie.

Door onderzoek worden bekende en verwachte archeologische waarden in kaart gebracht. De gemeente maakt vervolgens een aantal keuzes over welke waarden moeten worden beschermd en welke niet. Deze keuzes worden vastgelegd in het bestemmingsplan.

Vanzelfsprekend kan er maatwerk worden toegepast. Zo heeft de gemeente Haarlem ervoor gekozen in de oude binnenstad geen aanvullende eisen ten aanzien van archeologie te stellen wanneer wordt gebouwd op de oude fundering (Bestemmingsplan Oude Stad, vastgesteld 4 juli 2013, artikel 21.2 lid 3).

Deselectie

Het is mogelijk om bepaalde historische perioden (gemotiveerd) te deselecteren. Deze motivatie kan tot stand komen door bijvoorbeeld een lokale of regionale onderzoeksagenda op te stellen. Lees hierover meer in Archeologie in gemeentelijk beleid. Tijdens een vergunningstraject kan bij de toets aan het archeologiebeleid blijken dat – hoewel er op grond van het bestemmingsplan eisen zijn gesteld aan archeologie – een plangebied bijvoorbeeld al is onderzocht. Het kan ook gebeuren dat door nieuwe inzichten een ander beeld is ontstaan over de archeologie in het betreffende gebied. In dat geval kan de gemeente besluiten om geen archeologisch onderzoek te eisen, waardoor het plangebied wordt ‘gedeselecteerd’.

Bestemmingsplan actueel houden

Het bestemmingsplan wordt vastgesteld voor een looptijd van 10 jaar. Gedurende die looptijd vindt archeologisch onderzoek plaats waarmee nieuwe informatie aan het licht komt. Dan kan het gebeuren dat het bestemmingsplan archeologisch onderzoek voorschrijft dat niet langer nodig is. Neem daarom altijd bij de regels op dat het College van B&W kan afwijken van de onderzoeksplicht, als eerdere onderzoeken hiertoe aanleiding geven. Zorg er vervolgens voor dat het voortschrijdend inzicht over archeologische waarden in de gemeente wordt bijgehouden en dat dit bij alle betrokken afdelingen bekend is. Zie ook Archeologie in de gemeentelijke organisatie.

Wanneer de actuele kennis sterk afwijkt van de kennis die in het beleid is vastgelegd, kan de gemeente overwegen om een paraplubestemmingsplan archeologie vast te stellen. Lees meer over een paraplubestemmingsplan op de Handreiking erfgoed en ruimte.

Postzegelbestemmingsplan

Een postzegelbestemmingsplan is een bestemmingsplan voor een kleine ontwikkeling. Hiermee kan maatwerk voor bescherming van archeologie worden geleverd. Zo kan er gebruik worden gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid, kunnen er nadere eisen worden gesteld of kan een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen worden voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Voor kleine ontwikkelingen is het ook mogelijk om met een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing af te wijken van een bestemmingsplan. Dit is echter minder flexibel dan een postzegelplan, omdat dan gedetailleerd moet worden omschreven wat er wordt vergund. Als later blijkt dat het plan toch niet binnen de vergunning past, moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd.

Archeologische drempelwaarden

In het overgangsrecht van de Erfgoedwet wordt een vrijstellingsgrens aan van 100 m2 aangehouden.  De gemeenteraad kan een hiervan afwijkende oppervlakte vaststellen. Om dit gemotiveerd te kunnen doen, is allereerst kennis van de aanwezige waarden en verwachtingen nodig. Vervolgens kan de gemeente ervoor kiezen om in het beleid vrijstellingsgrenzen (oppervlakte en diepte) te bepalen. Deze vrijstellingsgrenzen moeten zich op een zinvolle wijze verhouden tot de bekende en de te verwachten archeologie, maar ook bijvoorbeeld tot de gemeentelijke bestemmingsplansystematiek. Meer hierover is te vinden in de publicatie Vragen over Malta, deel III: Effecten van vrijstellingen voor archeologisch erfgoed.

Er is inmiddels veel ervaring opgedaan met het opstellen van archeologische waardenkaarten en de koppeling van vrijstellingsgrenzen aan verwachtingen. Gemeenten binnen een (archeo)regio werken op dit vlak steeds vaker samen om zo tot een (archeo)regiodekkend beleid te komen.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werkt aan het project Kenniskaart Archeologie, dat gemeenten op dit vlak kan ondersteunen. Te zijner tijd wordt ook een overzicht van alle gemeentelijke waardenkaarten aangeboden.

Motivatie

In het bestemmingsplan zijn afgewogen keuzes voor de ruimtelijke inrichting juridisch vastgelegd. Als aan deze keuzes verantwoord en objectief onderzoek ten grondslag ligt, moeten de gemaakte keuzes gemotiveerd kunnen worden. De verantwoording bestaat bijvoorbeeld uit een motivatie van de schade die bouwwerkzaamheden aan het bodemarchief kunnen aanbrengen en een motivatie waarom de gemeente (dat gedeelte van) het bodemarchief belangrijk vindt.

Jurisprudentie

Hoewel de verantwoordelijkheid voor de omgang met archeologische waarden bij de politiek ligt, wordt deze begrensd door de rechter. Die bepaalt uiteindelijk wat ‘zorgvuldige voorbereiding’ is en wanneer van een ‘verantwoord besluit’ gesproken kan worden. Relevante uitspraken staan gebundeld op de Handreiking Erfgoed en Ruimte.