Verstoringen door landbouw

Akkers met aspergeteelt, Veldhoven

Wat er niet meer is, hoeft niet meer onderzocht te worden. Wanneer is archeologisch onderzoek nodig?

Nederland wordt gekenmerkt door een intensief gebruik van landschap en grond. Hierdoor is de oorspronkelijke bodem op veel plekken aangetast. Teelten als die van asperges, laanbomen, graszoden, bloembollen maar bijvoorbeeld ook de aanleg van drainage vormen een risico voor het archeologische bodemarchief. In dit dossier wordt ingezoomd op de relatie tussen archeologie en landbouw. In een ander dossier wordt ingegaan op de impact van bouwwerkzaamheden op het bodemarchief.

De belangrijkste uitvoerder van bodemingrepen is de Nederlandse landbouw. De gemeente bepaalt in het bestemmingsplan wanneer voor bodemingrepen – bijvoorbeeld diepploegen – een omgevingsvergunning nodig is. Een archeologisch onderzoek kan dan een vereiste zijn. In de Nederlandse archeologiewetgeving geldt dat de initiatiefnemer van grondverzet betaalt voor archeologisch onderzoek. Dan is het van belang om te weten in hoeverre de bodem is verstoord.

In dit dossier:

Verstoringen opsporen

Door verstoringen in kaart te brengen, kan onnodig archeologisch onderzoek worden voorkomen. Daar staat tegenover dat in veel gebieden die nu worden bestempeld als ‘verstoord’ de werkelijkheid genuanceerder ligt.

Landbouw langs de Rijn bij Spijk

Verstoringsbronnenkaart

Een landsdekkende inventarisatie van digitale en analoge bronnen met informatie over bodemverstoringen.

Ingezoomd op het noorden van Nederland in de verstoringsbronnenkaart